Reanimeren zonder mond

Reanimeren zonder mond

Iemand krijgt een hartstilstand op straat. Normaal gesproken denk je maar aan één ding: reanimeren. Dat is nu een stuk lastiger door de coronacrisis. De Hartstichting bracht nieuwe richtlijnen naar buiten: geen mond-op-mondbeademing, wel borstcompressies. Jetske Kalwij (28) heeft een aangeboren hartafwijking, maar maakt zich geen zorgen om haar gezondheid.

Jetskes rechter hartkamer is te klein. Hierdoor hebben ze op jonge leeftijd een omleiding gezet, omdat haar kleine bloedsomloop niet werkte. “Als ik toen niet was geopereerd, dan was ik er nu niet meer geweest.” Het gaat nu goed met haar. “Ik kan gewoon normaal functioneren en voel me hartstikke fit.”

 

Tekening: Melvin 95

Richtlijnen

De richtlijnen, opgesteld door onder meer de Nederlandse Reanimatieraad, verschillen van elkaar. Als het slachtoffer vermoedelijk geen corona heeft, raad de organisatie aan géén mond-op-mondbeademing te geven. “Je weet natuurlijk nooit helemaal zeker of iemand besmet is”, legt persvoorlichter Jade van Doornik uit. Is er een vermoeden dat het slachtoffer het coronavirus heeft, dan luidt het advies om géén mond-op-mondbeademing en borstcompressies te geven.

Bekijk hieronder de video over het coronaproof reanimeren:i

“Om erachter te komen óf en hoe iemand ademt, moet je je oor bijna op de mond leggen. Dat wordt op die manier ook afgeraden”, vertelt Van Doornik. Controleren of iemand ademt moet men van een afstand bekijken. Het besmettingsrisico is groter wanneer er mond-op-mondbeademing wordt gegeven of als je dicht in de buurt van het hoofd komt. Contact met de luchtwegen waarin het virus zich mogelijk bevindt, is dan onvermijdelijk.

Jetske valt in de risicogroep, maar dit voelt voor haar niet zo. “Ik mag eigenlijk helemaal niet werken, maar ik ben een beetje eigenwijs en wil gewoon werken”, vertelt ze lachend. Ze werkt op dit moment dan ook vijf dagen per week. Dat komt ook doordat ze zich zo fit voelt: “Ik heb zelfs een halve marathon gerend.”

Foto: By Ilse Gabrielle
“Ik dacht: ja shit, straks ga ik dood.”
Jetske Kalwij

Angstgevoelens

Toen het coronavirus net opdook, werd al snel duidelijk dat mensen met andere ziekten ook een risicogroep zijn. “In het begin was ik er heel laks onder”, vertelt ze, “toen kreeg ik van mijn vriendin die ook een hartafwijking heeft te horen dat ik écht voorzichtig moest zijn.” Dat zette haar aan het denken.

“Toen werd ik toch wel een beetje angstig. Ik dacht: ja shit, straks ga ik dood.” Ze heeft gelijk op haar werk overlegd wat de beste aanpak is in deze situatie. Zij besloten dat ik helemaal niet zou werken. Dat hield Jetske echter maar een maandje uit. Nu gaat ze alleen naar huis als ze zich niet goed voelt.

Twee weken lang, na het gesprek met haar vriendin, was ze erg voorzichtig. “Ik had zelfs in de supermarkt het idee dat iedereen me aanraakte. Mijn zwager heeft op een gegeven moment nog boodschappen voor mij gedaan”, vertelt ze. De maatregelen zijn inmiddels versoepeld en daardoor is Jetske ook een stuk relaxter. “Ik houd me wel netjes aan alle maatregelen zoals het anderhalve meter afstand houden.”

Ongunstige situatie

“Als iemand een hartaanval krijgt, zit er nog voor drie à vier minuten zuurstof in het bloed”, legt Van Doornik uit. Dat wordt alleen niet meer rondgepompt. De borstcompressies zijn dan ook van groot belang. De mond-op-mondbeademing is bedoeld voor het toedienen van verse zuurstof. “Geen mond-op-mondbeademing is natuurlijk wel een stuk minder gunstig. Er komt dan geen nieuwe zuurstof in het lijf”, vertelt ze.

De adviezen van de Hartstichting zijn niet bindend en mensen zijn vrij om te reanimeren zoals ze dat zelf willen. “Ik kan me voorstellen dat als een familielid neergaat, je denkt: ik doe het gewoon. Het is bedoeld om burgerhulpverleners handvaten te geven.” Of deze adviezen meer dodelijke slachtoffers zullen opleveren, is volgens de Hartstichting moeilijk te zeggen. Dit zal uit nog niet bekende cijfers moeten blijken. 

Foto: By Ilse Gabrielle
“Ik voel me eigenlijk geen hartpatiënt.”
Jetske Kalwij

Burgerhulpverlener 

Jetske is zelf ook burgerhulpverlener en EHBO’er. Ze heeft zelf niet het gevoel dat ze meer gevaar loopt dan een ander. “Ik voel me eigenlijk geen hartpatiënt. Ik zie mezelf hetzelfde als mijn vrienden en die hebben allemaal geen hartafwijking”, vertelt Jetske.

Als EHBO’er heeft ze meer moeite met de richtlijnen die de Hartstichting hanteert. “Ik vind het een beetje dubbel. Aan de ene kant snap ik het heel goed, aan de andere kant gaat het om leven of dood”, legt ze uit, “waarom zouden we moeilijk doen over of iemand later corona krijgt?”

De richtlijnen van de Hartstichting zijn slechts een advies en dat is voor Jetske een reden om daar geen gehoor aan te geven. “Als ik nu iemand moet reanimeren op straat, zou ik niet denken: Oh, ik mag geen mond-op-mondbeademing geven. Dat zou ik gewoon doen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Volg ons