Het leven is (nog) geen economische depressie

Het leven is (nog) geen economische depressie

Eind april luidde het Internationaal Monetair Fonds (IMF) de noodklok: de mondiale economie belandt door de coronapandemie in de zwaarste crisis sinds de jaren 30. Moeten we ons daar écht zorgen om maken? 

Met de in rap tempo oplopende werkloosheid ligt de vergelijking snel op de loer: een economische tegenvaller koppelen aan een mogelijke recessie, wellicht gevolgd door een depressie. Menigeen is niet bestand tegen deze Pavlov-reactie, wat econoom en historicus Lodewijk Petram nog altijd fascineert. “Een zwaardere financiële crisis als deze heeft men nog nooit meegemaakt. Anno 2020 zijn er nog nauwelijks mensen met herinneringen aan de jaren 1930, maar je merkt dat die herinneringen van generatie op generatie worden overgedragen. Een diep litteken dus.”

Beurskrach

Even kort gesteld: de crisis ontstond in de Verenigde Staten door grote overproductie, gevolgd door de welbekende beurskrach van 24 oktober 1929, waarna vele Amerikaanse banken plus de internationale handel instortten. Dat is nu ondenkbaar. Natuurlijk, de Nederlandse export was in maart 2020 weliswaar vier procent kleiner dan in maart 2019, maar van protectionistisch beleid is in tegenstelling tot de jaren 1930 geen sprake. 

Zo zijn er meer veranderingen. Tegenwoordig heeft de overheid een veel grotere rol, is het bnp per hoofd vele malen groter en is de mogelijke oorzaak de pandemie. Daarnaast leidt de toegenomen welvaart niet direct tot voedselbonnen, maar toch: de snel oplopende werkloosheid doet een wenkbrauw fronsen bij Jan Luiten van Zanden, economisch historicus aan de Universiteit Utrecht. “De omvang van wat ons te wachten staat en de snelheid waarin dat gebeurt doen denken aan de jaren dertig”, vertelt hij aan Elsevier. “De werkloosheid is het mechanisme waardoor de economie snel kan terugvallen. Door een lagere vraag ontslaan bedrijven werknemers, waardoor de vraag nog verder terugvalt.”

Werkloosheid

Door de nieuwe werkloosheidscijfers dreigt zo’n scenario. Het UWV meldde dat de instroom van het aantal WW-uitkeringen verdubbelde ten opzichte van maart. Ook het werkloosheidspercentage steeg spectaculair snel van 2,9% naar 3,4%. Dat is de grootste stijging sinds 2003, toen het CBS begon met de registratie van de maandcijfers.

Werkloosheid Startpunt
De werkloosheidscijfers en het aantal WW-uitkeringen tot en met april 2020

De meest recente werkloosheidcijfers komen bij lange na niet in de buurt van die uit de jaren 1930. “Toen was de werkloosheid echt gigantisch”, waarmee Petrum wijst naar uitschieters tegen de twintig procent. “Dat heeft het beeld voor deze jaren bepaald. Als je aan de jaren 30 denkt, zie je eigenlijk alleen bittere armoede voor je. Lange rijen werklozen voor een uitkering van een paar gulden. In de eerste crisisjaren zelfs twee keer per dag.”

Percentage werklozen tijdens de Grote Depressie

Dat gold overigens niet voor iedereen. Bij behoud van je baan ging je er juist op vooruit wegens de deflatoire ontwikkeling van de gulden. Volgens Petrum kregen de boeren bijvoorbeeld meer steun dan andere getroffenen. Je moest wel hele goede redenen hebben om aan staatssteun te komen. “Dat was toen nog veel erger dan nu, maar toch: dit boezemt me wel angst in. Als vaste werknemer merk ik financieel niets van deze crisis. Dat wordt voor starters met een tijdelijk contract toch anders. In 1930 leidde dit tot grote tegenstellingen in samenlevingen, die uiteindelijk resulteerden in oorlog. Het blijft koffiedikkijken, niemand weet hoe lang dit gaat duren.”

Onwetendheid 

De lange nasleep van de crisis was mede te wijten aan onwetendheid. De kennis om zo’n crisis te bestrijden was er simpelweg niet en als het dan al gebeurde, moest de crisis ‘uitgeziekt’ worden. Het gebrek aan kennis leidde ook tot het falen van het economisch beleid van de Nederlandse regering. In tegenstelling tot andere landen hield Nederland tot september 1936 vast aan de gouden standaard, waarbij de gulden gekoppeld was aan de goudvoorraad. Andere landen lieten die standaard los door hun munt te laten devalueren en zo hun exportpositie te bevorderen. 

Zulke flaters voorziet Petram niet: “Er is nu veel meer kennis en expertise dan in 1930. De theorie van John Maynard Keynes moest nog tot 1936 op zich laten wachten. Een instelling als De Nederlandsche Bank bestond pas net en het protectionistische beleid van vele landen speelde ook parten.” Petram schrok van die beschermende houding. “De eerste weken sloot iedereen zijn grenzen, maar een virus stopt niet bij een grens. Handel is bovendien een belangrijk deel van onze rijkdom. In de lijst van de meest exporterende landen staat Nederland achtste. Besef eens hoeveel van onze rijkdom weg zou vallen in een protectionistische wereld. Gelukkig leek dat vooralsnog een korte reflex.”

Taferelen uit de jaren 30 liggen volgens Petram niet in het vooruitzicht. “We staan er stukken beter voor dan toen. Natuurlijk zullen er zich problemen voordoen, maar een economische crisis van zulke proporties verwacht ik echt niet.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Volg ons